The Bible Software
bible.software › Spreuken › Spreuken 28 › Spreuken 28:19

Spreuken 28:19

Wie een akker bebouwt, heeft eten genoeg; Wie zijn tijd verbeuzelt, zit volop in de armoe.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

He that tilleth his land shall have plenty of bread: but he that followeth after vain persons shall have poverty enough.

In Context

18Wie onberispelijk wandelt, wordt gered; Wie verkeerde wegen gaat, valt in een kuil.

20Een eerlijk mens wordt rijkelijk gezegend; Wie te spoedig rijk wil worden, blijft niet ongestraft.

Read all of Spreuken 28

Cross References

Proverbs 12:11Wie zijn akker bebouwt, heeft eten genoeg; Maar wie zijn tijd verbeuzelt, lijdt gebrek.

Proverbs 14:4Waar geen runderen zijn, blijft de kribbe schoon; Rijke inkomsten dankt men aan de kracht van den os.

Proverbs 24:34Dan overvalt u de armoe als een zwerver, Het gebrek als een rover.

Luke 15:12De jongste van beiden zei tot den vader: Vader, geef mij het deel der goederen, dat me toekomt. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Spreuken 28:19

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Spreuken 28:18Spreuken 28Spreuken 28:20 →