Spreuken 6:29
Zo vergaat het hem, die zich afgeeft met de vrouw van een ander: Niemand die haar aanraakt, komt er straffeloos van af.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
So he that goeth in to his neighbour’s wife; whosoever toucheth her shall not be innocent.
In Context
28Of kan hij op gloeiende kolen lopen, Zonder dat hij zijn voeten brandt?
30Men veracht geen dief, zo hij enkel steelt, Om zijn maag te vullen, als hij honger heeft;
Cross References
Genesis 20:2vertelde hij van zijn vrouw Sara, dat ze zijn zuster was; zo liet Abimélek, de koning van Gerar, Sara schaken.
Genesis 20:6En God sprak tot hem in de droom: Omdat Ik wist, dat gij dit met onschuldig hart hebt gedaan, heb Ik er u voor bewaard, tegen Mij te zondigen, en u daarom belet, haar aan te raken.
Leviticus 18:20Gij moogt niet slapen bij de vrouw van uw naaste; daardoor verontreinigt gij u.
2 Samuel 11:3David liet onderzoeken, wie de vrouw was. Men zeide hem: Het is Bat-Sjéba, de dochter van Eliam, de vrouw van Oerija, den Chittiet.
2 Samuel 12:9Waarom hebt ge dan het woord van Jahweh geminacht, en gedaan wat Hem mishaagt? Oerija, den Chittiet, hebt ge vermoord en zijn vrouw u tot vrouw genomen en hemzelf door het zwaard van de Ammonieten te laten vermoorden.
Proverbs 16:5Jahweh verafschuwt alle hooghartige mensen; De hand erop: ze ontkomen niet aan hun straf.