Psalmen 10:4
De zondaar trekt honend zijn neus op voor Jahweh, En denkt maar: “Hij straft niet; er is geen God!”
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
3Zie, de goddeloze pocht op zijn lusten, De woekeraar prijst zich gelukkig,
5Zijn wandel is altijd krom uw wetten gooit hij ver van zich af, En wie hem weerstaat, fluit hij uit;
Cross References
Exodus 5:2Maar Farao antwoordde: Wie is Jahweh wel, dat ik Hem zou gehoorzamen en Israël zou laten vertrekken? Ik ken geen Jahweh, en Israël laat ik niet gaan.
Job 22:17Die tot God durfden zeggen: Weg van ons! Wat kan de Almachtige ons doen?
Psalms 18:27Ja, Gij redt het deemoedige volk, Maar vernedert hovaardige blikken;
Psalms 36:1Voor muziekbegeleiding. Van David, den dienaar van Jahweh. De zonde fluistert den boze haar inblazingen toe. In het diepst van zijn hart; Geen vreze Gods Staat hem voor ogen.
Psalms 73:11Ze zeggen: “Hoe zou God er iets van weten, De Allerhoogste er kennis van hebben?”
Proverbs 6:17Van brutale ogen; van een valse tong; Van handen, die onschuldig bloed vergieten;