Psalmen 10:3
Zie, de goddeloze pocht op zijn lusten, De woekeraar prijst zich gelukkig,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
For the wicked boasteth of his heart’s desire, and blesseth the covetous, whom the LORD abhorreth.
In Context
4De zondaar trekt honend zijn neus op voor Jahweh, En denkt maar: “Hij straft niet; er is geen God!”
Cross References
Leviticus 26:30Uw offerhoogten zal Ik verwoesten en uw huisaltaren vernielen, uw lijken voor uw afgodsbeelden smijten, en een walg van u krijgen.
Deuteronomy 32:19God zag het, en verwierp Uit gramschap zijn zonen en dochters.
1 Samuel 23:21Saul sprak: Weest gezegend door Jahweh, omdat gij met mij medevoelt.
Job 31:24Indien ik op goud mijn vertrouwen heb gesteld, Het fijnste goud mijn hoop heb genoemd;
Psalms 35:21Ze zetten een grote mond tegen mij op, En zeggen: Ha, ha! We hebben het met eigen ogen gezien!
Psalms 49:11Hun graf is voor altijd hun woning, Hun verblijf van geslacht tot geslacht; En al hebben ze hele landen hun eigen genoemd, Toch laten ze hun schatten voor anderen achter.