Psalmen 105:32
Hij gaf hun hagel voor regen, En het vuur laaide op in hun land.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He gave them hail for rain, and flaming fire in their land.
In Context
31Hij sprak: Daar kwamen de muggen, Muskieten over heel hun gebied.
33Hij sloeg hun wijnstok en vijg, En knakte de bomen op hun grond.
Cross References
Exodus 9:18zal Ik het morgen op deze tijd zo vreselijk doen hagelen, als nog nooit in Egypte is voorgekomen, zolang het bestaat tot de dag van vandaag.
Psalms 78:47Hun ranken door hagel vernield, Hun moerbei door ijzel;
Revelation 11:19En de Tempel van God in de hemel ging open, en in zijn Tempel verscheen zijn Ark des Verbonds. Bliksemstralen braken los, geraas en donderslagen, aardbeving en geweldige hagel.