Psalmen 106:40
Toen werd Jahweh vergramd op zijn volk, En zijn erfdeel begon Hem te walgen:
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
39Zo bezoedelden ze zich door eigen maaksels, En dreven overspel met het werk hunner handen!
41Hij leverde ze aan de heidenen uit, En hun haters werden hun meesters;
Cross References
Leviticus 20:23Leeft niet naar de zeden van de volken, die Ik voor u zal verjagen. Want omdat zij dit alles hebben gedaan, heb Ik een afschuw van hen gekregen,
Deuteronomy 9:29Zij zijn toch uw volk en uw erfdeel, dat Gij met uw geweldige kracht en uw gespierde arm hebt uitgeleid!
Judges 2:14Toen barstte Jahweh’s toorn los tegen Israël; Hij gaf hen prijs aan plunderzieke benden, die hen uitschudden, en leverde hen over aan hun vijanden rondom, zodat ze niet langer tegen hun vijanden waren opgewassen.
Judges 3:8werd Jahweh op Israël vertoornd, en leverde Hij het in de macht van Koesjan-Risjatáim, den koning van Edom; en de Israëlieten dienden Koesjan-Risjatáim acht jaar lang.
Nehemiah 9:27Toen hebt Gij hen aan hun verdrukkers overgeleverd, die hen benauwden. Doch als zij in hun tijd van benauwing maar weer tot U riepen, hebt Gij van de hemel uit hen verhoord, en hun in uw grote ontferming redders geschonken, die hen uit de macht hunner verdrukkers verlosten.
Psalms 78:59God merkte het, en ziedde van gramschap, En Israël begon Hem te walgen: