Psalmen 119:1
Gelukkig, die onberispelijk zijn in hun wandel, En leven volgens Jahweh’s wet;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Blessed are the undefiled in the way, who walk in the law of the LORD.
In Context
2Gelukkig, die op zijn vermaningen letten, Hem zoeken met geheel hun hart;
Cross References
2 Samuel 22:22Want ik had de wegen van Jahweh bewandeld, Niet gezondigd tegen mijn God;
2 Chronicles 31:20Zo deed Ezekias in heel Juda. Hij deed wat goed en recht en eerlijk was voor het aanschijn van Jahweh, zijn God.
Job 1:8Jahweh vroeg Satan: Hebt ge daarbij gelet op mijn dienaar Job, en hoe er op aarde zijns gelijke niet is: geen zo onberispelijk en rechtschapen, geen die God vreest en het kwaad schuwt, als hij?
Psalms 32:1Van David; een leerdicht. Gelukkig hij, wiens schuld is vergeven, Wiens zonde is bedekt;
Psalms 101:6Mijn ogen zijn gericht op de getrouwen in het land, Om ze bij mij te doen wonen; En wie een onberispelijk leven leidt, Mag mij dienen.
Psalms 128:1Een bedevaartslied. Gelukkig hij, die Jahweh vreest, En zijn wegen bewandelt.