The Bible Software
bible.software › Psalmen › Psalmen 125 › Psalmen 125:3

Psalmen 125:3

Neen, de schepter der bozen Mag niet blijven drukken op het erfdeel der vromen: Opdat ook de braven ten leste Hun handen niet aan ongerechtigheid slaan.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

For the rod of the wicked shall not rest upon the lot of the righteous; lest the righteous put forth their hands unto iniquity.

In Context

2Zoals Jerusalem van bergen is omringd, Omringt Jahweh zijn volk, van nu af tot in eeuwigheid!

4Wees dan goed voor de vromen, o Jahweh, En voor de oprechten van hart;

Read all of Psalmen 125

Cross References

1 Samuel 24:10Ge kunt nu met eigen ogen zien, dat Jahweh u in de spelonk aan mij had overgeleverd. Maar ik wilde u niet doden; ik heb u gespaard en gezegd: Ik zal mijn hand niet opheffen tegen mijn heer; want hij is de gezalfde van Jahweh.

Psalms 89:22Geen vijand zal hem bespringen, Geen booswicht benauwen;

Psalms 103:14Want Hij kent onze aard, En bedenkt, dat wij stof zijn.

Isaiah 10:5Wee! Assjoer is de roede van mijn toorn, In zijn hand ligt de stok van mijn woede!

Isaiah 27:8Zou Hij hem zijn volle wraak doen gevoelen, Hem verwerpen, wegvagen door zijn ziedende toorn Op de dag van de storm?

Revelation 2:10Vrees niet voor wat ge lijden moet. Zie, de duivel zal sommigen van u in de kerker werpen, om u te bekoren; ook zult ge verdrukking lijden tien dagen lang. Wees getrouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon des leven schenken.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Psalmen 125:3

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschCharles SpurgeonScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Psalmen 125:2Psalmen 125Psalmen 125:4 →