Psalmen 129:3
Ploegers hebben mijn rug beploegd, En lange voren getrokken;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The plowers plowed upon my back: they made long their furrows.
In Context
2Mij hardvochtig gekweld sinds mijn jeugd, Maar nooit mij gebroken.
4Maar Jahweh bleef trouw: De riemen der bozen sneed Hij stuk.
Cross References
Job 39:10Slaat gij een touw om zijn nek, Egt hij de voren achter ú?
Isaiah 50:6Mijn rug bied Ik hun, die Mij slaan, Mijn wangen, die Mij de baard uitrukken; Ik houd mijn gelaat niet verborgen Voor smaad en bespuwing.