Psalmen 129:7
Waarmee geen maaier zijn hand kan vullen, Geen hooier zijn arm.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Wherewith the mower filleth not his hand; nor he that bindeth sheaves his bosom.
In Context
6Ze zullen worden als gras op de daken, Dat vóór het opschiet, verdort;
Cross References
Psalms 126:6Met geween trekt men op, Om het zaad uit te strooien: Maar met gejuich keert men terug, Met schoven beladen!
Hosea 8:7Want ze zaaien wind, en oogsten storm: Een oogst zonder aren, koren zonder meel; En brengt het iets op, dan eten het vreemden: