Psalmen 139:21
Zou ik niet haten, die U haten, o Jahweh, Niet walgen van wie tegen U opstaan?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
20Die zich tegen uw plannen verzetten, En uw raadsbesluiten willen verijdelen.
22Ik haat ze zo fel, als ik haten kan, Mijn eigen vijanden zullen ze zijn!
Cross References
Psalms 15:4In wiens oog een vervloekte verachtelijk is, Maar die eert, wie Jahweh vreest. Die zijn naaste een eed heeft gezworen, En hem niet breekt;
Psalms 31:6Maar Gij haat, die op nietige afgoden hopen. Neen, ik blijf op Jahweh vertrouwen,
Psalms 119:158Het walgt mij, als ik trouwelozen aanschouw, Die uw geboden niet willen volbrengen.
Mark 3:5Toornig liet Hij zijn blik over hen rondgaan, bedroefd over de verblinding van hun hart; en Hij sprak tot den man: Strek uw hand uit! Hij strekte ze uit, en zijn hand was genezen.
Romans 9:1Ik spreek de waarheid in Christus en lieg niet; en ook mijn geweten getuigt met mij mee in den heiligen Geest,
Revelation 2:6Dit echter hebt ge vóór, dat ge de werken der Nikolaieten haat, die ook Ik haat.