Psalmen 144:8
Wier mond alleen maar leugentaal spreekt, En wier rechter een hand van bedrog is.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Whose mouth speaketh vanity, and their right hand is a right hand of falsehood.
In Context
7Reik mij uw hand uit den hoge, En verlos mij uit de macht der barbaren,
9Dan zal ik een nieuw lied voor U zingen, o God, Op de tiensnarige harp voor U spelen:
Cross References
Deuteronomy 32:40Waarachtig, Ik hef mijn hand naar de hemel, En zeg: Zowaar Ik eeuwig leef!
Psalms 12:2Men liegt elkander maar voor, Met valse harten, maar vleiende lippen.
Psalms 58:3De schurken: ze zijn ontaard van hun moederschoot af; De leugenaars: sinds hun geboorte bedorven!
Psalms 106:26Toen stak Hij zijn hand tegen hen op: Hij zou ze neerslaan in de woestijn,
Isaiah 44:20Wat enkel stof is, jaag ik na! Hun afgedwaald hart verleidt hen er toe; Men kan er zich niet aan onttrekken, en zeggen: Houd ik geen leugen in mijn hand?
Matthew 5:30En zo uw rechterhand u ergert, houw ze af, en werp ze van u weg; want beter is het voor u, dat één uwer ledematen verloren gaat, dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.