Psalmen 12:2
Men liegt elkander maar voor, Met valse harten, maar vleiende lippen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
3Jahweh snijde al die vleiende lippen af, De verwaande tongen van allen die zeggen:
Cross References
Psalms 5:9Neen, in hun mond is geen waarheid, En hun hart is bedorven; Een open graf is hun keel, Ze huichelen met hun tong.
Psalms 28:3Werp mij niet weg met de bozen, Niet weg met de zondaars, Die lief doen tegen hun naaste, Maar met venijn in het hart.
Psalms 38:12Die mijn leven belagen en mijn ongeluk zoeken, Bespreken mijn val, en belasteren mij de hele dag.
Psalms 52:1Voor muziekbegeleiding. Een leerdicht van David, nadat Doëg, de Edomiet aan Saül was gaan melden: “David is in het huis van Achimélek gekomen.” Wat pocht gij op boosheid, En snoeft gij op onrecht,
Psalms 59:12Vergeld hun, o Heer, het kwaad van hun mond En het woord hunner lippen; Laat ze in hun eigen trots zich verstrikken, Om de vloeken en leugens, die ze hebben gesproken.
Psalms 116:11Al zou ik in mijn ellende ook zeggen: “Er is geen mens te vertrouwen!”