Psalmen 17:14
Uw zwaard moge ze doden, Jahweh, uw hand ze van de aarde verdelgen! Dit zij hun deel in het leven; En hebt Gij nog meer, vul er hun buik mee; Laat hun zonen er zich aan vergasten, En de rest aan hun kinderen vermaken.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
13Op, Jahweh, hem tegemoet, stort hem neer, En red mijn ziel van den boze!
Cross References
Job 12:9Wie onder die allen, die het niet weet, Dat de hand van Jahweh dit wrocht!
Job 21:21Want wat bekommert hij zich om zijn gezin na zijn dood, Wanneer het getal zijner maanden ten einde is?
Job 27:14Krijgt hij veel zonen, ze zijn bestemd voor het zwaard, En zijn kroost lijdt gebrek;
Psalms 49:17Want niets van dit alles neemt hij mee bij zijn dood, En de schat volgt hem niet in het graf.
Psalms 73:12Zie, zo gaat het de zondaars: Ze zijn altijd gelukkig, en hopen zich rijkdommen op!
Matthew 13:44Het rijk der hemelen is gelijk aan een schat, die in de akker begraven is. De man, die hem vindt, verbergt hem; en vol vreugde daarover gaat hij alles verkopen, wat hij bezit, en koopt die akker.