Psalmen 18:4
De branding van de dood had mij al gegrepen, De golven der onderwereld sloegen over mij heen;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The sorrows of death compassed me, and the floods of ungodly men made me afraid.
In Context
3Ik roep: Geprezen zij Jahweh! En ben van mijn vijand verlost.
5De strikken van het dodenrijk hielden mij vast, De klemmen van de dood lagen voor mij gereed:
Cross References
2 Chronicles 20:21Toen overlegde hij met het volk, en bepaalde, dat de zangers van Jahweh en de muzikanten in de heilige feestgewaden voor de soldaten uit moesten gaan en zingen: “Looft Jahweh; want eeuwig duurt zijn barmhartigheid!”
Psalms 22:12Bonkige stieren staan om mij heen, Buffels van Basjan omsingelen mij;
Psalms 116:3En de strikken des doods mij omknelden; Toen doodsangst mij kwelde, Nood en jammer mij troffen.
Isaiah 13:8Ze schokken van krampen, en weeën grijpen hen aan, Ze wringen zich als een barende vrouw; Verbijsterd zien ze elkander aan, Hun gezichten gloeien als vlammen.
Jonah 2:2Hij sprak: In mijn angst riep ik tot Jahweh, En Hij heeft mij verhoord; Uit de schoot der onderwereld riep ik om hulp, En Gij hebt naar mijn smeken geluisterd.
Matthew 26:47Terwijl Hij nog sprak, zie, daar kwam Judas, één van de twaalf, vergezeld van een grote bende, met zwaarden en stokken, uitgezonden door de opperpriesters en de oudsten van het volk.