Jesaja 13:8
Ze schokken van krampen, en weeën grijpen hen aan, Ze wringen zich als een barende vrouw; Verbijsterd zien ze elkander aan, Hun gezichten gloeien als vlammen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
7Alle handen verslappen er van, Elk mensenhart smelt er van weg;
Cross References
Psalms 48:7Ineens als een storm uit het oosten, Die de Tarsjisj-schepen vernielt.
Isaiah 26:17Zoals een vrouw, wier barensuur nadert, Zich wringt en kermt in haar weeën, Zo waren wij, Jahweh, voor U:
Jeremiah 30:6Vraagt en ziet, Of mannen soms baren? Waarom dan zie ik iederen man Met de handen op de heupen als een barende vrouw? Waarom zijn alle gezichten vertrokken, Doodsbleek geworden?
Nahum 2:10Plundering, roof en vernieling, Bonzende harten, knikkende knieën, Alle lenden verlamd, Alle gezichten doodsbleek.
1 Thessalonians 5:3Wanneer men zegt: “Vrede en veiligheid,” dan valt op hen het verderf onverwacht, zoals barensweeën op een zwangere vrouw; en ontkomen doen ze zeker niet.