Psalmen 26:1
Van David. Wees mijn Rechter, o Jahweh! Want mijn wandel is rein; Altijd heb ik op Jahweh vertrouwd, Nooit gewankeld!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Beproef mij, en toets mij, o Jahweh; Doorgrond mijn nieren en hart.
Cross References
1 Samuel 2:9De voeten zijner vromen beschermt Hij, Maar de bozen komen om in het duister. Niet op eigen kracht steunt de mens,
2 Kings 20:3Ach Jahweh, denk er toch aan, hoe ik trouw en in oprechtheid des harten voor U heb geleefd, en steeds heb gedaan, wat U aangenaam was. En Ezekias barstte in tranen uit.
Job 4:6Was dan uw vroomheid niet uw hoop, Uw onberispelijke wandel niet uw vertrouwen?
Psalms 7:8Als rechter der volken, o Jahweh; Doe mij recht, Jahweh, naar mijn gerechtigheid En naar de onschuld mijns harten.
Psalms 21:7Ja, de koning blijft op Jahweh vertrouwen, Op de gunst van den Allerhoogste, zonder te wankelen!
Psalms 25:21Maar mogen onschuld en deugd mij beschermen; Want op U blijf ik hopen, o Jahweh!