Psalmen 30:7
Neen, Jahweh, door uw goedheid alleen Hadt Gij kracht verleend aan mijn geest; Maar nauwelijks hadt Gij uw aanschijn verborgen, Of plotseling zonk ik ineen!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
6In zelfgenoegzaamheid had ik gezegd: “Nooit zal ik wankelen!”
8Jahweh, toen riep ik U aan, En ik bad tot mijn Heer:
Cross References
1 Chronicles 17:26Welnu dan Jahweh, Gij zijt God. Gij hebt deze weldaad aan uw dienaar beloofd.
Job 30:26Ja, ik hoopte op geluk, maar het onheil kwam; Ik verwachtte het licht, maar het duister viel in.
Psalms 10:1Waarom, Jahweh, zoudt Gij veraf blijven staan, U verbergen in tijden van nood?
Psalms 18:35Zo hebt Gij mij het schild van uw heil gereikt; Uw rechterhand heeft mij gestut, uw goedheid maakte mij groot.
Psalms 40:2Hij trok mij uit de poel van bederf, uit modder en slijk, Zette mijn voeten op een rots, en gaf mij weer een vaste stap:
Psalms 89:17Want Gij zijt onze heerlijke schutse, Door uw goedheid heft onze hoorn zich omhoog: