Job 30:26
Ja, ik hoopte op geluk, maar het onheil kwam; Ik verwachtte het licht, maar het duister viel in.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
When I looked for good, then evil came unto me: and when I waited for light, there came darkness.
In Context
25Heb ik zelf niet geweend over den zwaar beproefde, Was ik over den arme niet zielsbedroefd?
27Mijn binnenste kookt, en komt niet tot rust, Dagen van jammer treden mij tegen.
Cross References
Job 3:25Wanneer ik bang voor iets ben, overvalt het mij, Mij treft, wat ik ducht!
Job 18:18Men stoot hem uit het licht de duisternis in, Men jaagt hem uit de wereld weg;
Job 23:17Neen, niet door de duisternis ben ik ontsteld Niet door het donker, dat mijn gelaat bedekt!
Psalms 97:11Een licht straalt over de rechtvaardigen uit, En blijdschap over de oprechten van hart;
Isaiah 59:9Daarom blijft het recht ook verre van ons, En kan ons het heil niet bereiken; Wij wachten op licht, en zie, het blijft donker, Op zonnegloren, en wij wandelen in duisternis rond.
Jeremiah 14:19Hebt Gij dan Juda voor altoos verworpen, Hebt Gij zo’n afkeer van Sion? Ach, waarom slaat Gij ons toch, Waarom is er geen genezing voor ons? Wij hopen op vrede: geen zegen, Op een tijd van genezing: ontzetting!