Psalmen 35:15
Maar nu ik zelf dreig te vallen, worden ze vrolijk, Lopen te hoop en scholen tegen mij samen; Als vreemden, die ik niet ken, Gaan ze tegen mij schelden,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
16Honen mij met bittere spot, En knarsetanden tegen mij.
Cross References
Job 30:1Maar thans lachen jongere mensen mij uit, Lieden, wier vaders te min voor mij waren, Om ze bij mijn herdershonden te zetten;
Psalms 7:2Opdat ze mij niet als leeuwen verscheuren, En wegslepen, reddeloos verloren.
Psalms 35:8Moge hem de ondergang treffen, Eer hij het weet; Laat het net, dat hij spande, hem vangen, Laat hem vallen in zijn eigen kuil!
Psalms 38:17Ja, ieder ogenblik dreig ik te vallen, Mijn ellende staat mij steeds voor de geest;
Psalms 57:4Zo leg ik mij neer te midden van leeuwen, Van mensen met vlammende ogen, Wier tanden spitsen en pijlen zijn, Scherp is hun tong als een zwaard.
Psalms 71:10Want mijn vijanden houden al beraad over mij, En die mijn leven belagen, smeden samen hun plannen.