Psalmen 35:21
Ze zetten een grote mond tegen mij op, En zeggen: Ha, ha! We hebben het met eigen ogen gezien!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Yea, they opened their mouth wide against me, and said, Aha, aha, our eye hath seen it.
In Context
20Want nooit spreken ze woorden van vrede, Doch verzinnen maar leugens tegen het vreedzame volk;
22Jahweh! Gìj hebt het gezien; blijf niet zwijgen! Heer; houd U niet verre van mij!
Cross References
Psalms 22:13Ze sperren hun muil naar mij open Als verscheurende, brullende leeuwen.
Psalms 40:15En verstarren van schaamte, Die tot mij roepen: “Ha, ha!”
Psalms 54:7Omdat hij mij uit alle nood heeft verlost, En mijn oog zich aan mijn vijand verlustigt.
Isaiah 9:12Aram ten oosten, de Filistijnen ten westen Hebben Israël verslonden met gulzige mond; Maar toch bedaart zijn gramschap niet, Zijn hand blijft naar hen uitgestrekt!
Ezekiel 25:3Ge moet tot de Ammonieten zeggen: Luistert naar het woord van Jahweh, den Heer! Dit zegt Jahweh, de Heer: Daar ge ha-ha hebt geroepen over mijn heiligdom, omdat het ontwijd is, en over het land Israël, omdat het verwoest is, en over het huis van Juda, omdat het in ballingschap is gegaan: