Psalmen 36:11
Laat geen trotse voet mij vertrappen, Geen goddeloze vuisten mij slaan.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Let not the foot of pride come against me, and let not the hand of the wicked remove me.
In Context
10Blijf uw goedertierenheid tonen aan hen, die U vrezen, Uw gerechtigheid aan de oprechten van hart;
12Maar waar de zondaars vallen, Laat ze daar liggen, en nimmermeer opstaan.
Cross References
Job 40:11Stort eens uw toorn in stromen uit, En verneder, wat trots is, met uw blik;
Psalms 12:3Jahweh snijde al die vleiende lippen af, De verwaande tongen van allen die zeggen:
Psalms 17:8Behoed mij als de appel van uw oog, Verberg mij in de schaduw uwer vleugelen:
Psalms 62:6Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!
Psalms 119:69Onbeschaamden belasteren mij, Want van ganser harte neem ik uw bevelen in acht;
Psalms 119:122Uw woord blijve borg voor uw dienaar, Laat geen onbeschaamde mij kwellen.