Psalmen 37:21
De boze moet lenen, en kan niet betalen, De gerechte kan mild zijn en geven;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The wicked borroweth, and payeth not again: but the righteous sheweth mercy, and giveth.
In Context
22Want wien Hij zegent, bezit het Land, Maar wien Hij vervloekt, wordt vernietigd.
Cross References
Deuteronomy 15:9Zorg er voor, dat ge bij uzelf niet listig berekent: “Het zevende jaar, het jaar van kwijtschelding is nabij”, en zo onwillig zoudt worden, uw armen broeder iets te geven. Want hij zou u aanklagen bij Jahweh, en gij zoudt schuldig staan.
Deuteronomy 28:43De vreemdeling, die in uw midden woont, zal zich boven u verheffen, hoger en hoger, maar gij zult dieper en dieper zinken;
Nehemiah 5:1Maar er ontstond een ernstige klacht van het volk en hun vrouwen tegen de Joden, hun eigen broeders.
Psalms 112:5Heil den man, die weggeeft en leent, En zijn zaken beheert volgens recht;
Proverbs 22:7Wie rijk is, heerst over de armen; Wie leent, wordt de slaaf van wie uitleent.
Isaiah 58:7Is dat niet een vasten: Den hongerige uw brood reiken, Arme zwervers in huis opnemen; Den naakte kleden, dien gij ziet, Uw eigen broeder niet verstoten?