Psalmen 37:26
Steeds kan hij nog mild zijn en aan anderen lenen, Zijn nageslacht tot zegen zijn.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He is ever merciful, and lendeth; and his seed is blessed.
In Context
25Ik was jong, en nu ben ik oud: Maar nooit heb ik een vrome verlaten gezien;
27Houd u ver van het kwaad, en doe enkel wat goed is, Dan woont gij veilig voor eeuwig;
Cross References
Psalms 37:21De boze moet lenen, en kan niet betalen, De gerechte kan mild zijn en geven;
Psalms 112:9Milddadig deelt hij aan de armen uit: Zijn gerechtigheid houdt in eeuwigheid stand, En zijn hoorn verheft zich in ere.
Proverbs 20:7Een deugdzaam mens, die onberispelijk wandelt: Ook na zijn dood gaat het zijn kinderen goed.
Jeremiah 32:39Ik maak ze één van hart en één van zin, om Mij voor immer te vrezen, tot heil van zichzelf en van hun kinderen na hen.
Luke 6:35Neen, hebt uw vijanden lief, doet wel en leent uit, zonder er iets voor terug te hopen; dan zal uw loon groot zijn, en zult gij kinderen zijn van den Allerhoogste. Hij is goedertieren, zelfs voor de ondankbaren en bozen.