Psalmen 41:9
Zelfs mijn vriend, op wien ik vertrouwde, En die mijn brood heeft gegeten, heft de hiel tegen mij op.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
8“Een helse pest kleeft hem aan; Waar hij ligt, blijft hij liggen!”
10Maar wees Gij mij genadig, o Jahweh; Richt mij weer op, om het hun te vergelden.
Cross References
2 Samuel 15:12Bovendien liet Absalom den Giloniet Achitófel, een raadsheer van David, uit zijn woonplaats Gilo bij het opdragen der offers ontbieden. Zo won de samenzwering aan kracht, en sloten steeds meer mensen zich bij Absalom aan.
Job 19:19Al mijn getrouwen verafschuwen mij, Die ik liefhad, keren zich van mij af;
Psalms 55:20Ze slaan de hand aan hun vrienden, En schenden hun trouw.
Jeremiah 20:10Want ik hoor velen al mompelen: Laat ons ook hem “Verschrikking-alom” gaan verkonden! Allen, met wie ik in vriendschap leefde, Loeren op mijn val: “Misschien laat hij zich vangen en verschalken, En kunnen we wraak op hem nemen!”
Micah 7:5Vertrouwt geen vriend, Verlaat u niet op uw makker; Voor haar die in uw armen rust, Bewaak de poort van uw mond.
John 13:18Ik zeg dit niet van u allen; Ik weet, wie Ik heb uitverkoren. Neen, de Schrift moet worden vervuld. “Die mijn brood eet, heft de hiel tegen mij op.”