Psalmen 42:2
Mijn ziel dorst naar God, naar den levenden God: Wanneer mag ik opgaan, en Gods aanschijn aanschouwen?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
My soul thirsteth for God, for the living God: when shall I come and appear before God?
In Context
3Dag en nacht zijn de tranen mijn brood, Omdat mij almaar gezegd wordt: “Waar blijft toch uw God!”
Cross References
Joshua 3:10En Josuë vervolgde: Hieraan zult ge erkennen, dat er een levende God in uw midden is, die de Kanaänieten, Chittieten, Chiwwieten, Perizzieten, Girgasjieten, Amorieten en Jeboesieten voor u uit zal jagen!
Psalms 27:4Eén ding heb ik Jahweh gevraagd, dit slechts begeerd: In het huis van Jahweh te wonen al de dagen mijns levens, Jahweh’s zoetheid te smaken, En in zijn tempel te overwegen!
Psalms 43:4Dan zal ik naar Gods altaar mogen gaan, Naar den God mijner jubelende vreugde; En met de citer U loven, Mijn Heer en mijn God!
Psalms 63:3Ja, uw genade is kostelijker nog dan het leven: Daarom moeten mijn lippen U loven,
Psalms 84:4Gelukkig, die in uw huis mogen wonen, En eeuwig U loven!