Psalmen 50:18
Ziet gij een dief, gij loopt terstond met hem mee, En met echtbrekers gaat gij vriendschappelijk om.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
When thou sawest a thief, then thou consentedst with him, and hast been partaker with adulterers.
In Context
17Terwijl gij toch de tucht veracht, En mijn woord in de wind slaat?
19Uw mond vloeit over van boosheid, En uw tong weeft bedrog;
Cross References
Leviticus 20:10Wie overspel begaat met de vrouw van een ander, moet ter dood worden gebracht; de echtbreker zowel als de echtbreekster.
Job 31:9Indien mijn hart is verleid door een vrouw, Ik geloerd heb aan de deur van mijn naaste:
Proverbs 2:16Zij zullen u behoeden voor een vreemde vrouw, Voor een onbekende met haar gladde taal,
Isaiah 5:23Wee, die om fooi den schuldige in het gelijk durven stellen, En onschuldigen hun recht onthouden!
Micah 7:3Hun handen deugen enkel voor kwaad. De vorst zuigt uit, de rechter is veil, De grote roept openlijk wat hij wil;
Romans 1:32En terwijl ze weten, dat God heeft verordend, dat wie dergelijke dingen doet, de dood verdient, bedrijven zij ze niet alleen, maar schenken hun bijval aan hen, die ze doen.