Psalmen 50:20
Gij spreekt schande over uw broeder, En werpt smaad op den zoon van uw moeder.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Thou sittest and speakest against thy brother; thou slanderest thine own mother’s son.
In Context
19Uw mond vloeit over van boosheid, En uw tong weeft bedrog;
Cross References
Psalms 31:18Laat de leugenlippen verstommen, Die den gerechte durven tergen Met trots en verachting.
Matthew 5:11Zalig zijt gij, als men u om Mijnentwil beschimpt en vervolgt, en vals beschuldigt van allerlei kwaad.
Luke 22:65En ze beten Hem veel andere scheldwoorden toe.
Titus 2:3Eveneens moeten bejaarde vrouwen zich gedragen, zoals het heiligen betaamt; ze moeten geen lastertongen zijn en niet verslaafd aan de wijn, maar ze moeten het goede voorbeeld geven.