The Bible Software
bible.software › Psalmen › Psalmen 50 › Psalmen 50:20

Psalmen 50:20

Gij spreekt schande over uw broeder, En werpt smaad op den zoon van uw moeder.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

Thou sittest and speakest against thy brother; thou slanderest thine own mother’s son.

In Context

19Uw mond vloeit over van boosheid, En uw tong weeft bedrog;

21Dit hebt gij gedaan; en omdat Ik bleef zwijgen, Dacht gij nog: Ik ben niet beter dan gij. Daarom waarschuw Ik u, En breng het u onder het oog.

Read all of Psalmen 50

Cross References

Psalms 31:18Laat de leugenlippen verstommen, Die den gerechte durven tergen Met trots en verachting.

Matthew 5:11Zalig zijt gij, als men u om Mijnentwil beschimpt en vervolgt, en vals beschuldigt van allerlei kwaad.

Luke 22:65En ze beten Hem veel andere scheldwoorden toe.

Titus 2:3Eveneens moeten bejaarde vrouwen zich gedragen, zoals het heiligen betaamt; ze moeten geen lastertongen zijn en niet verslaafd aan de wijn, maar ze moeten het goede voorbeeld geven.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Psalmen 50:20

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschCharles SpurgeonScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Psalmen 50:19Psalmen 50Psalmen 50:21 →