Psalmen 52:1
Voor muziekbegeleiding. Een leerdicht van David, nadat Doëg, de Edomiet aan Saül was gaan melden: “David is in het huis van Achimélek gekomen.” Wat pocht gij op boosheid, En snoeft gij op onrecht,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Why boastest thou thyself in mischief, O mighty man? the goodness of God endureth continually.
In Context
2Broedt gij voortdurend op onheil, Is uw tong als een vlijmscherp, verraderlijk mes?
Cross References
Genesis 10:8Koesj verwekte ook Nimrod. Deze begon machtig te worden op aarde;
1 Samuel 21:7Nu was daar die dag één van Sauls dienaren, die voor het aanschijn van Jahweh moest blijven. Het was Doëg, de Edomiet, het hoofd van de wachters van Saul.
Psalms 7:14Ziet, die met valsheid bevrucht is en zwanger van onheil, Baart enkel ontgoocheling;
Psalms 10:7Zijn mond zit vol bedrog en geweld, Verderf en onheil kleven aan zijn tong.
Psalms 54:3Want vreemden staan tegen mij op, En geweldenaars belagen mijn leven; Neen, ze houden God niet voor ogen.
Psalms 94:4Al die booswichten pochen en snoeven, En een hoge toon slaan ze aan!