Psalmen 89:40
Al zijn wallen hebt Gij geslecht, Zijn vestingen in puin gelegd;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Thou hast broken down all his hedges; thou hast brought his strong holds to ruin.
In Context
39Het verbond met uw dienaar verbroken, Zijn kroon vertrapt op de grond.
41Iedereen plundert hem, die er voorbij gaat, En zijn buren spotten met hem.
Cross References
2 Chronicles 12:2En omdat zij van Jahweh waren afgevallen, trok in het vijfde jaar van Roboams regering Sjisak, de koning van Egypte, tegen Jerusalem op,
Job 1:10Hebt Gij hem, zijn gezin en al wat hij heeft, niet van alle kant met een haag omringd; hebt Gij het werk zijner handen niet gezegend, en overstroomt niet zijn kudde het land?
Psalms 80:12Maar waarom hebt Gij dan zijn omheining vernield, Zodat iedereen, die voorbij gaat, hem leeg plukt,
Lamentations 2:2De Heer heeft zonder erbarmen Alle dreven van Jakob vernield; Gesloopt in zijn woede De vesten der dochter van Juda; Onteerd en ter aarde geworpen Haar koning en vorsten!
Ezekiel 21:31Ik zal u mijn woede laten voelen, Met mijn gloeiende toorn op u blazen, U overleveren in de macht van barbaren, Die verderf zullen smeden.