Hooglied 1:13
Want mijn beminde is mij een bundeltje mirre, Dat op mijn boezem blijft rusten;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
A bundle of myrrh is my wellbeloved unto me; he shall lie all night betwixt my breasts.
In Context
12Zolang de koning in zijn harem verbleef, Straalde mijn nardus haar geur.
14Mijn beminde is mij een cyper-tros, Van Engédi’s gaarden.
Cross References
Genesis 43:11Toen sprak hun vader Israël tot hen: Als het dan moet, doet het dan maar. Neemt het beste van het land in uw zakken mee, en biedt het dien man als geschenk aan: wat balsem en honing, wat gom en hars, met pimpernoten en amandelen.
Song of Solomon 2:7Ik bezweer u, Jerusalems dochters, Bij de gazellen en de hinden in het veld: Wekt en lokt de liefde niet, Voordat het haar lust! …
Song of Solomon 4:6Totdat de dag is afgekoeld En de schaduwen vlieden. Ik wil naar de berg van mirre gaan En naar de heuvel van wierook;
Song of Solomon 5:1Ik kom in mijn hof, mijn zuster, bruid; Ik pluk er mijn mirre en balsem, Ik eet er mijn raat en mijn honing, Ik drink er mijn wijn en mijn melk! “Eet vrienden, en drinktl, En wordt dronken van liefde!”
Song of Solomon 5:13Zijn wangen zijn als balsembedden, Waar geurige kruiden op groeien; Zijn lippen zijn lelies, En druipen van vloeiende mirre.
John 19:39Nikodemus, die vroeger Hem ‘s nachts had bezocht, kwam eveneens, en bracht een mengsel mee van mirre-hars en aloë-bladeren, ongeveer honderd pond.