Hooglied 5:13
Zijn wangen zijn als balsembedden, Waar geurige kruiden op groeien; Zijn lippen zijn lelies, En druipen van vloeiende mirre.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
12Zijn ogen als duiven Aan de waterbeken, Die zich baden in melk Aan de volle vijver gezeten.
Cross References
Psalms 4:6Velen zeggen: “Wie verleent ons geluk; Laat het licht van uw aanschijn over ons opgaan!”
Psalms 45:2Gij zijt de schoonste onder de kinderen der mensen, Aanminnigheid ligt op uw lippen, Zo heeft God U voor eeuwig gezegend.
Psalms 89:15Gelukkig het volk, dat nog jubelen kan, En wandelen in het licht van uw aanschijn, o Jahweh;
Song of Solomon 1:16Wat zijt ge verrukkelijk schoon, mijn beminde Ons rustbed is in het groen!
Song of Solomon 3:6Maar wat stijgt daar op uit de steppe, Aan een rookzuil gelijk, Geurend van mirre en wierook, Van allerlei kruiden der kramers?
Song of Solomon 5:5Ik stond op, om mijn beminde open te doen: Daar dropen mijn handen van mirre, Van vloeiende mirre mijn vingers Op de knop van de grendel.