Hooglied 1:15
Wat zijt ge verrukkelijk, mijn liefste, Uw ogen zijn duiven.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Behold, thou art fair, my love; behold, thou art fair; thou hast doves’ eyes.
In Context
14Mijn beminde is mij een cyper-tros, Van Engédi’s gaarden.
16Wat zijt ge verrukkelijk schoon, mijn beminde Ons rustbed is in het groen!
Cross References
Song of Solomon 2:10Mijn beminde heft aan, En spreekt tot mij! Sta op, mijn geliefde, Mijn schone, kom mede!
Song of Solomon 4:1Wat zijt ge verrukkelijk, mijn liefste: Uw ogen liggen als duiven achter uw sluier, Uw lokken zijn als een kudde geiten, Die neergolft van Gilads gebergte.
Song of Solomon 4:10Hoe schoon is uw liefde, mijn zuster, bruid, Hoe strelend uw minne meer dan de wijn, Hoe heerlijk uw geuren, lieflijker nog dan de balsem.
Song of Solomon 5:12Zijn ogen als duiven Aan de waterbeken, Die zich baden in melk Aan de volle vijver gezeten.
Song of Solomon 7:6Wat zijt ge schoon, wat zijt ge bevallig, Een liefste vol bekoorlijkheid!
Malachi 2:14Ge vraagt: Waarom? Omdat Jahweh als aanklager staat tussen u en de vrouw uwer jeugd, aan wie gij ontrouw zijt geworden: de vrouw, die uw gezellin is geweest, en met wie gij u verbonden hadt!