Hooglied 1:17
De binten van ons paleis zijn ceders, Onze wanden cypressen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The beams of our house are cedar, and our rafters of fir.
In Context
16Wat zijt ge verrukkelijk schoon, mijn beminde Ons rustbed is in het groen!
Cross References
1 Kings 6:9Toen de tempel was afgebouwd, bedekte hij hem met ribben en een plafond van cederhout;
Psalms 92:12Maar de rechtvaardige groeit als een palm, Als de ceder op de Libanon rijst hij omhoog.
Song of Solomon 8:9Was zij een muur Dan konden we er een zilveren borstweer op bouwen; Was zij een poort, We sloten haar af met een cederbalk.
Ezekiel 42:3op de ene kant lag het aan het twintig el brede plein van de binnen-voorhof, en op de andere kant aan het plaveisel van de buiten-voorhof. Het had aan weerskanten een galerij van drie verdiepingen.
Hebrews 11:10want hij wachtte op de stad met grondslagen, wier kunstenaar en bouwheer God is.