2 Kronieken 6:18
Eest daer om oock ghelooflijck dat Godt met den menschen woonen soude opder aerden? Eest dat den hemel ende die hemelen der hemelen v niet en begrypen, Hoe veel te meer dit huys dwelck ick ghetimmert hebbe?
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
In Context
Cross References
Exodus 29:46ende sij sullen weten dat ick ben die Heere hen Godt, die hen gheleydt hebbe wt dat landt van Egypten, dat ick onder hemlieden blijuen soude, ick die Heere, hen Godt.
2 Chronicles 2:5Want het huys dat ic begheer te timmeren es groot, aenghesien dat ons Godt groot es bouen alle goden.
2 Chronicles 32:15Daer om en ghedoocht niet dat v Ezechias bedrieghe noch en laet v met ydelen onderwijsen niet bedrieghen, noch en ghelooft hem niet. Want en heeft gheen Godt van allen den heydenen ende lantscappen sijn volck niet connen verlossen van mijnder hant, ende van mijnder vaderen hant, soe en sal voerts v Godt v lieden niet moghen verlossen van mijn handt.
Job 9:14Hoe groot ben ick dan, dat ick hem antwoorden soude, ende spreken met mijnen woorden tot hem?
Psalms 68:18Merct op mijn ziele ende verlostse, om mijn vianden soe verlost my.
Psalms 139:7Heere, Heere die cracht mijnder salicheyt, ghy hebt met een scaduwe mijn hooft ouerdect in den dach des strijdts.