Ezechiël 7:4
Ende mijn ooghe en sal ouer v niet sparen, ende ick en sal niet ontfermen, maer v weghen sal ick op v legghen, ende v affgrijselijcheden sullen int midden van v wesen, ende ghy sult weten dat ic die Heere ben
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
In Context
5Dit seydt die Heere Godt. Een pijninghe, siet daer coemt een pijninghe,
Cross References
Jeremiah 16:18Ende ick sal ten iersten verghelden hen tweeuondighe boosheden ende sonden, want sij hebben mijn lant besmet met die doode prijen van haren affgoden, ende met haren affgrijselijcheden hebben sij mijn erffenisse veruult.
Ezekiel 5:11Daerom ick leue seydt die Heere Godt. Alleen om dat ghi mijn heylicheyt ghescent hebt, in alle uwe argernissen, ende in alle uwe affgrijselijcheden, soo sal ick oock heel in stucken breken, ende mijn ooghe en sal niet sparen, ende ick en sal niet ontfermen.
Ezekiel 6:14Ende ick sal mijn hant ouer hen wtsteken, ende ick sal dlant verwoest maken, ende verlaten van die woestijne Deblatha in allen hen woonsteden, ende sij sullen weten dat ick die Heere ben.
Ezekiel 7:27Die coninck sal weenen, ende die prince sal met droefheyt ghecleedt worden, ende die handen van tvolck der eerden sullen heel ontsteldt worden. Nae hen weghen sal ick henlieden doen, ende nae hen ordeelen sal ickse ordeelen, ende sij sullen weten dat ick die Heere ben.
Ezekiel 9:10Daerom en sal mijn ooghe niet sparen, noch ick en sal niet ontfermen, ick sal haren wech op hen hoofden keeren.
Ezekiel 12:20Ende die steden die nv bewoont werden sullen verwoest wesen, ende dlant verlaten, ende ghy sult weten dat ick die Heere ben.