Luke 6:29
Wie u op de wang slaat, biedt hem ook de andere, en wie uw mantel neemt, weigert hem ook den rok niet.
Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge
In The King James Version
In Context
28zegent ze die u vervloeken, bidt voor hen die u smadelijk bejegenen.
30Geeft aan allen die u iets vragen en eischt niet weder van hem die het uwe genomen heeft.
Cross References
Matthew 5:39Maar Ik zeg u dat gij den kwade niet moogt wederstaan, maar aan al wie u op de rechterwang slaat, moet gij de andere toekeeren;
Matthew 26:67Toen spogen zij Hem in het aangezicht en sloegen Hem met vuisten, en zij sloegen Hem in zijn gezicht, zeggende:
John 18:22Toen Hij dit gezegd had gaf een der dienaren die daarbij stond, aan Jezus een slag met een stok en zeide: Antwoordt gij den hoogepriester alzoo?
1 Corinthians 4:11Tot op deze ure toe lijden wij honger en dorst, en zijn wij naakt en worden wij geslagen en verjaagd;