Psalmen 69:8
(69:9) Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
I am become a stranger unto my brethren, and an alien unto my mother’s children.
In Context
7(69:8) Want om Uwentwil draag ik versmaadheid; schande heeft mijn aangezicht bedekt.
Cross References
Job 19:13Mijn broeders heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zekerlijk, zij zijn van mij vervreemd.
Psalms 38:11(38:12) Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan van tegenover mijn plage, en mijn nabestaanden staan van verre.
Psalms 89:52(89:53) Geloofd zij de HEERE in eeuwigheid! Amen, ja, amen.
Isaiah 53:3Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Jeremiah 15:15O HEERE! Gij weet het, gedenk mijner, en bezoek mij, en wreek mij van mijn vervolgers; neem mij niet weg in Uw lankmoedigheid over hen; weet, dat ik om Uwentwil versmaadheid drage.
Matthew 10:21En de ene broeder zal den anderen broeder overleveren tot den dood, en de vader het kind, en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.