Job 29:20
Mijn heerlijkheid was nieuw bij mij, en mijn boog veranderde zich in mijn hand.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
My glory was fresh in me, and my bow was renewed in my hand.
In Context
19Mijn wortel was uitgebreid aan het water, en dauw vernachtte op mijn tak.
21Zij hoorden mij aan, en wachtten, en zwegen op mijn raad.
Cross References
Genesis 45:13En boodschapt mijn vader al mijn heerlijkheid in Egypte, en alles wat gij gezien hebt; en haast u, en brengt mijn vader herwaarts af.
Job 19:9Mijn eer heeft Hij van mij afgetrokken, en de kroon mijns hoofds heeft Hij weggenomen.
Psalms 3:3(3:4) Doch Gij, HEERE! zijt een Schild voor mij, mijn eer, en Die mijn hoofd opheft.
Psalms 103:5Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends.
2 Corinthians 4:16Daarom vertragen wij niet; maar hoewel onze uitwendige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige vernieuwd van dag tot dag.