Job 29:21
Zij hoorden mij aan, en wachtten, en zwegen op mijn raad.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Unto me men gave ear, and waited, and kept silence at my counsel.
In Context
20Mijn heerlijkheid was nieuw bij mij, en mijn boog veranderde zich in mijn hand.
22Na mijn woord spraken zij niet weder, en mijn rede drupte op hen.
Cross References
Job 32:11Ziet, ik heb gewacht op ulieder woorden; ik heb het oor gewend tot ulieder aanmerkingen, totdat gij redenen uitgezocht hadt.