The Bible Software
bible.softwareMatthewMatthew 26 › Matthew 26:67

Matthew 26:67

Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten. (26:68) En anderen gaven Hem kinnebakslagen,

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

Then did they spit in his face, and buffeted him; and others smote him with the palms of their hands,

In Context

66Wat dunkt ulieden? En zij, antwoordende, zeiden: Hij is des doods schuldig.

68zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het, die U geslagen heeft?

Read all of Matthew 26

Cross References

Deuteronomy 25:9Zo zal zijns broeders vrouw voor de ogen der oudsten tot hem toetreden, en zijn schoen van zijn voet uittrekken, en spuwen in zijn aangezicht, en zal betuigen en zeggen: Alzo zal dien man gedaan worden, die zijns broeders huis niet zal bouwen.

Job 30:9Maar nu ben ik hun een snarenspel geworden, en ik ben hun tot een klapwoord.

Isaiah 50:6Ik geef Mijn rug dengenen, die Mij slaan, en Mijn wangen dengenen, die Mij het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.

Isaiah 53:3Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.

Lamentations 3:30Jod. Hij geve zijn wang dien, die hem slaat, hij worde zat van smaad.

Micah 5:1(4:14) Nu, rot u met benden, gij dochter der bende, hij zal een belegering tegen ons stellen; zij zullen den rechter Israels met de roede op het kinnebakken slaan.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)

Study Matthew 26:67

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesThe Fourfold GospelJohn LightfootGeneva Bible Notes (1599)
← Matthew 26:66Matthew 26Matthew 26:68 →