Matthew 27:30
En op Hem gespogen hebbende, namen zij den rietstok en sloegen op Zijn hoofd.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And they spit upon him, and took the reed, and smote him on the head.
In Context
Cross References
Job 30:8Zij waren kinderen der dwazen, en kinderen van geen naam; zij waren geslagen uit den lande.
Isaiah 50:6Ik geef Mijn rug dengenen, die Mij slaan, en Mijn wangen dengenen, die Mij het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.
Isaiah 53:3Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Micah 5:1(4:14) Nu, rot u met benden, gij dochter der bende, hij zal een belegering tegen ons stellen; zij zullen den rechter Israels met de roede op het kinnebakken slaan.
Mark 15:19En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieen, aanbaden Hem.