1 Samuël 1:10
Bitter bedroefd begon ze tot Jahweh te bidden, en onder een stroom van tranen
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And she was in bitterness of soul, and prayed unto the LORD, and wept sore.
In Context
Cross References
Genesis 50:10Toen zij Goren-Haätad in het Overjordaanse hadden bereikt, hielden zij er een grote en plechtige rouwklacht; en zeven dagen lang liet hij rouw bedrijven over zijn vader.
Ruth 1:20Doch zij zeide haar: Noemt me niet Noömi, maar noemt me Mari, want de Almachtige heeft mij met bitterheid vervuld.
2 Samuel 17:8En Choesjai vervolgde: Gij weet, dat uw vader en zijn manschappen dappere mannen zijn, en thans verbeten als een loslopende berin, die haar jongen kwijt is. Bovendien is uw vader een ervaren krijger, die met het volk niet in de open lucht overnacht.
Job 7:11En daarom zal ik mijn mond niet snoeren, Maar spreken in de benauwdheid van mijn geest, En klagen in de bitterheid van mijn ziel: Gij dwingt mij er toe!
Job 10:1Ik walg nu toch van het leven, En laat dus de vrije loop aan mijn klagen; Ik spreek in de bitterheid van mijn ziel,
Psalms 91:15Ik zelf sta hem bij in de nood; Ik red hem en herstel hem in ere: