1 Thessalonicenzen 2:3
Ons troostwoord had dan ook niets te doen met dwaling, onzuivere bedoeling of bedrog;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
For our exhortation was not of deceit, nor of uncleanness, nor in guile:
In Context
Read all of 1 Thessalonicenzen 2
Cross References
1 Samuel 12:3Hier sta ik nu! Legt voor Jahweh en voor zijn gezalfde getuigenis over mij af! Wiens rund heb ik genomen of wiens ezel ontvreemd; wien heb ik afgezet of verongelijkt; van wien heb ik geschenken aangenomen, al was het een paar sandalen? Zegt het mij, dan kan ik mij verantwoorden.
2 Corinthians 2:17Wij; daar we niet als veel anderen handel drijven met Gods woord, maar met zuivere bedoelingen spreken, op gezag van God, ten overstaan van God, en in Christus.
2 Corinthians 4:5Wij toch preken niet onszelf, maar Christus Jesus den Heer, onszelf slechts als uw dienstknechten om Jesus’ wil.
2 Corinthians 11:13Die lieden toch zijn schijn-apostelen, bedriegelijke arbeiders, die zich voordoen als Apostelen van Christus.
1 Thessalonians 2:5Nooit traden we met vleitaal op, gij weet het; noch met hebzuchtige bedoelingen, God is mijn getuige.
1 Thessalonians 4:1Overigens broeders, bidden en smeken we u in den Heer Jesus, dat gij nog meer moogt uitmunten in uw levenswandel en in het behagen aan God, zoals gij dat van ons hebt geleerd, en zoals gij dat feitelijk reeds betracht.