1 Thessalonicenzen 2:5
Nooit traden we met vleitaal op, gij weet het; noch met hebzuchtige bedoelingen, God is mijn getuige.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
6We zochten niet de eer van mensen, van u noch van anderen.
Read all of 1 Thessalonicenzen 2
Cross References
Job 32:21Ik wil niemand naar de ogen zien, En niemand vleien, wie het ook is;
Proverbs 20:19Wie altijd maar babbelt, verraadt licht een geheim; Bemoei u dus niet met een praatvaar.
Proverbs 28:23Wie iemand vermaant, oogst later dank, Meer dan iemand met een gladde tong.
Isaiah 56:11Vratige, nooit verzadigde honden, Dat zijn de leiders, die achteloos zijn, Die hun eigen weg zoeken, allemaal, Hun eigen belang, tot den laatste toe.
Jeremiah 8:10Daarom geef Ik hun vrouwen aan vreemden, Hun akkers aan nieuwe bezitters; Want van klein tot groot Azen allen op winst, Profeet en priester, Plegen allen bedrog;
Malachi 1:10O, dat iemand van u de deuren maar sloot; dan zoudt gij niet tevergeefs het vuur op mijn altaar ontsteken! Neen, Ik heb geen behagen in u, spreekt Jahweh der heirscharen. geen lust in het offer uit uw handen.