1 Thessalonicenzen 2:4
maar we verkondigen het Evangelie, zoals God ons daartoe waardig keurde, en zoals Hij het ons heeft toevertrouwd: niet om te behagen aan mensen maar aan God, die onze harten beproeft.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
3Ons troostwoord had dan ook niets te doen met dwaling, onzuivere bedoeling of bedrog;
Read all of 1 Thessalonicenzen 2
Cross References
Numbers 27:16Jahweh, de God over het leven van alle schepselen, stelle dan iemand over de gemeenschap aan,
2 Kings 16:16En de priester Oeri-ja deed al wat koning Achaz hem bevolen had.
Psalms 7:9Maak een einde aan de boosheid der zondaars, Maar laat de rechtvaardige blijven bestaan! Gij zijt het, die harten en nieren doorgrondt, Rechtvaardige God!
Psalms 44:21Zou God het misschien niet hebben geweten, Hij, die de hartsgeheimen doorgrondt?
Proverbs 17:3De smeltkroes voor het zilver, de oven voor het goud; Maar de harten toetst Jahweh!
Jeremiah 32:19Gij, die groot in beleid zijt en machtig in werken, wiens ogen steeds zijn geopend voor alle wegen van de kinderen der mensen, om iedereen zijn gedrag te vergelden en de vrucht van zijn werken.