1 Thessalonicenzen 4:6
dat niemand zich te buiten gaat, en in deze aangelegenheid zijn broeder bedriegt. Want de Heer is de Wreker van al deze dingen, zoals we het vroeger hebben gezegd en voortdurend betuigd.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
5niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals de heidenen, die God niet kennen;
7Want God heeft ons niet tot onreinheid geroepen, maar tot heiligheid.
Read all of 1 Thessalonicenzen 4
Cross References
Exodus 20:17Gij zult het huis van uw naaste niet begeren. Gij zult de vrouw van uw naaste niet begeren, noch zijn slaaf of slavin, zijn rund of zijn ezel, noch iets van wat uw naaste behoort.
Leviticus 19:13Ge zult uw naaste niet afzetten of beroven. Ge zult het loon van den dagloner niet tot de volgende morgen bij u houden.
Leviticus 25:17Ge moogt dus elkaar niet benadelen, maar gij zult uw God vrezen. Want Ik ben Jahweh, uw God!
Deuteronomy 25:13Gij zult in uw buidel geen tweeërlei gewichten hebben, een groot en een klein,
1 Samuel 12:3Hier sta ik nu! Legt voor Jahweh en voor zijn gezalfde getuigenis over mij af! Wiens rund heb ik genomen of wiens ezel ontvreemd; wien heb ik afgezet of verongelijkt; van wien heb ik geschenken aangenomen, al was het een paar sandalen? Zegt het mij, dan kan ik mij verantwoorden.
Psalms 94:1Jahweh, wrekende God, God der wrake, treed op;