1 Thessalonicenzen 4:7
Want God heeft ons niet tot onreinheid geroepen, maar tot heiligheid.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
For God hath not called us unto uncleanness, but unto holiness.
In Context
Read all of 1 Thessalonicenzen 4
Cross References
Leviticus 19:2Beveel heel de gemeenschap van Israëls kinderen, en zeg hun: Weest heilig; want Ik, Jahweh uw God, ben heilig!
Romans 8:29Want die Hij vooruit heeft gekend, heeft Hij ook voorbestemd, om gelijkvormig te worden aan het beeld van zijn Zoon, opdat Deze de Eerstgeborene onder vele broeders zou zijn.
Galatians 5:19Welnu, de werken van het vlees zijn bekend: ontucht, onreinheid en losbandigheid;
Ephesians 2:10want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jesus geschapen tot goede werken, die God vooruit heeft bereid, opdat we daarin zouden leven. De volkomen gelijkheid der goddelijke genade van roeping voor Joden en heidenen.
Ephesians 4:19Ze hebben zich afgestompt en zich aan losbandigheid overgegeven, zodat ze uit hebzucht allerlei ontucht bedrijven.
2 Thessalonians 2:13Maar wij, wij moeten God altijd danken voor u, broeders, geliefd door den Heer, omdat God van de aanvang af door heiliging des Geestes en geloof aan de waarheid u ter zaligheid heeft uitverkoren,