1 Timotheüs 6:8
Hebben we dus voedsel en kleding, dan moeten we daarmee ook tevreden zijn.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And having food and raiment let us be therewith content.
In Context
7We hebben niets in de wereld meegebracht, omdat we er toch ook niets kunnen uitdragen.
Cross References
Genesis 48:15Toen zegende hij hen en sprak: De God, voor wiens aanschijn mijn vaderen hebben gewandeld, Abraham en Isaäk: De God, die mij heeft behoed van mijn geboorte af, Tot heden toe:
Deuteronomy 8:3Hij heeft u vernederd, en u honger doen lijden; maar Hij heeft u ook met het manna gespijzigd, dat gij nooit hadt gekend, en ook uw vaderen niet kenden, om u te leren, dat de mens niet leeft van brood alleen, maar leeft van al wat komt uit Jahweh’s mond.
Proverbs 30:8Onwaarheid en leugentaal, Houd ze verre van mij! Geef mij armoede noch rijkdom, Maar schenk mij het voedsel, dat ik nodig heb,
Ecclesiastes 3:12Zo begreep ik, dat er niets beter is voor den mens, Dan zich verheugen en zich te goed doen in het leven.
Matthew 6:25Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten of drinken; noch voor uw lichaam, waarmee gij u zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam niet meer dan de kleding?