Handelingen 28:3
Terwijl Paulus een hoop dor hout bijeenraapte en op het vuur wierp, schoot er door de hitte een adder uit, en beet zich vast aan zijn hand.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2want ze namen ons allen op, en staken een vuur aan, omdat het regende en koud was.
Cross References
Isaiah 30:6Door de gloeiende Négeb trekken ze heen, Door het land van benauwing en angst, Van leeuwinnen en brullende leeuwen, Van adders en vliegende draken. Ze dragen hun rijkdom op de ruggen der ezels, Op kemel-bulten hun schatten, naar een volk, dat niet helpt,
Isaiah 59:5Addereneieren broeden zij uit, En spinnewebben weven ze aaneen: Wie van hun eieren eet, gaat dood; Breekt men ze open, een slang schiet er uit.
Matthew 3:7Toen hij echter ook vele farizeën en sadduceën om zijn doopsel zag komen, zei hij hun: Adderenbroed, wie heeft u geleerd, de komende wraak te ontvluchten?
Matthew 23:33Slangen, adderenbroed, hoe zult gij de helse verdoemenis ontkomen?
2 Corinthians 6:9Als onbekenden, toch overal bekend; Als stervenden, en zie, toch zijn we in leven; Als getuchtigden, en toch niet gedood;